Wijzigingen Inkomstenbelasting 2020

Tarief box 1

Het inkomstenbelastingtarief wordt per 2020 (versneld) beperkt tot twee schijven: een (gecombineerd) basistarief van 37,35 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen boven 68.507 euro. Vanaf 2021 is het (gecombineerd) basistarief 37,10 procent en blijft het toptarief 49,5 procent voor inkomen boven 68.507 euro.

Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,6 procent van de WOZ-waarde. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.080.000 euro blijft 2,35 procent.
Hypotheekrenteaftrek
Het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek wordt in 2020 verder afgebouwd naar 46 procent. Per jaar wordt de maximale hypotheekrenteaftrek met drie procentpunt afgebouwd naar uiteindelijk het basistarief van 37,10 procent in 2023.
 
Aftrekposten
Bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting worden in 2020 aftrekbaar tegen maximaal 46 procent, gelijk aan het hypotheekrenteaftrektarief. Het gaat om aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie), aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrek van scholingsuitgaven, giftenaftrek, ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.
 
Tarief box 2
Het box 2-tarief gaat omhoog naar 26,25 procent. In 2021 wordt het box 2-tarief 26,9 procent.
 
Box 3
Hoewel het geen maatregel van dit belastingplan betreft, heeft het kabinet al bekendgemaakt de box 3-heffing meer te willen laten aansluiten bij werkelijke spaarrendementen. Het wetsvoorstel wordt pas rond de zomer van 2020 verwacht. Vanaf 2022 gaat de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van een belastingplichtige als uitgangspunt gelden voor de box 3-heffing. Dit betekent dat dan de belasting over spaargeld in box 3 wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Deze hoeveelheid zou een vooraf vastgestelde forfaitaire rente opleveren, die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente. Die forfaitaire rente wordt dan tegen een tarief van 33 procent belast. Door de lage spaarrente op dit moment zal effectief geen box 3-heffing meer worden geheven over circa 440.000 euro spaarvermogen (880.000 euro voor partners).
 
 
 
Bron: PwC NL

2019  Beltz