Afbouw fiscaal voordeel betaalde partneralimentatie vanaf 01/01/2020

Met Prinsjesdag 2019 in zicht, zijn de ogen steeds meer gericht op de te verwachten wijzigingen in de belastingen vanaf 2020. Eén belangrijke wijziging in de inkomstenbelasting is vorig jaar al aangenomen: de afbouw van het fiscaal voordeel over een aantal aftrekposten. Met als einddoel dat er in 2023 alleen nog recht bestaat op teruggaven tegen het laagste IB-tarief. Deze aftrekbeperking heeft de komende jaren ook invloed in de scheidingspraktijk. Alimentatieplichtigen worden, naast de wijziging van de maximale duur van de alimentatieplicht, geconfronteerd met een daling van het netto inkomen. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de alimentatieplicht?

Laten we eens beginnen om te bekijken hoe de (verdere) afbouw van het fiscaal voordeel over een aantal aftrekposten er de komende jaren uit ziet. Sinds 1 januari 2014 is het fiscaal voordeel over de rente en kosten van de eigenwoningschuld stapsgewijs afgebouwd naar maximaal 49% (correctie 4e schijf met 2,75%) voor 2019. Vanaf 1 januari 2020 wordt de afbouw van het fiscaal voordeel over de rente en de kosten van de eigenwoningschuld versneld. Daarnaast wordt de aftrekbeperking vanaf deze datum ook ingevoerd voor een aantal andere aftrekposten:
• ondernemersaftrek;
• MKB-winstvrijstelling (mits winst uit onderneming -/- ondernemersaftrek positief is);
• terbeschikkingstellingsvrijstelling (mits resultaat uit terbeschikkingstellingsvrijstelling positief is);
• persoonsgebonden aftrek (waaronder betaalde partneralimentatie en het restant van de persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren).
De aftrekbeperking geldt niet voor uitgaven voor inkomensvoorzieningen (onder andere premie lijfrente en AOV).
 
In de komende jaren wordt het fiscaal voordeel jaarlijks verder afgebouwd, totdat in 2023 het fiscaal voordeel altijd gelijk is aan het tarief in de eerste schijf (afbouw 12,45%, tarief 37,05%1).

Aftrekbeperking reden tot wijziging van partneralimentatie?
Een wijziging van het netto inkomen van de alimentatieplichtige (en daarmee van zijn draagkracht) is wettelijk een reden tot wijziging van een bestaande onderhoudsverplichting (artikel 1:401 BW). In eerste instantie lijkt het dan ook logisch dat de beperking van de aftrek aanleiding geeft tot het verlagen van de te betalen bruto partneralimentatie. De werkelijkheid kan echter vaak anders zijn.

De beperking van de aftrek is onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen, waaronder ook het verlagen van de IB-tarieven van de 2e en 3e schijf valt. Hierdoor wordt het negatieve effect van de aftrekbeperking op het netto inkomen in de meeste situaties grotendeels of geheel teniet gedaan. Een verzoek tot verlaging van de partneralimentatie op grond van de beperking van de aftrek zal dan ook niet snel worden gehonoreerd. Dit terwijl de alimentatieplichtige er feitelijk wel financieel op achteruit gaat. Tot het pakket aan maatregelen behoort namelijk ook een aantal lastenverzwaringen zoals de verhoging van de energieheffingen en de BTW. Deze stijging van de lasten wordt helaas slechts beperkt (in de gehanteerde bijstandsnorm) meegenomen in de berekening van de draagkracht van de alimentatieplichtige.

Bron: Dukers & Baelemans

 

2019  Beltz